all that jazz

IMG_4487

Tijdens een avond vol jazz-optredens zit ik stil en sereen te genieten van de prachtige stem van een jonge maar talentvolle zangeres. Dat serene is voor mij niet zo evident, ik vind het vaak moeilijk om me tijdens een concert volledig te concentreren op het gebeuren, al te vaak fixeer ik mij op de haartooi van de gitarist, de losse veter van de zanger, de valse noot hier en daar. Op die manier beleef ik natuurlijk niet de pure muziek of de perfectie van het moment maar laat ik me vangen in een web van zijdelingse gedachten. Bij dit schuchtere zangeresje echter verdwenen alle gedachten als het ware uit mijn hoofd, en ik kan dit achteraf enkel verklaren door het feit dat de gehele performance zo mooi was dat elke idee overbodig werd, ik belééfde de muziek, ik voelde ze. Met spijt schoot ik wakker uit mijn trance wanneer deze engel der muzische kunst reeds de volgende artiest aankondigde.

O wee, ik ben zelfs zijn naam vergeten, maar dat loopje, die ‘flair’, ik kan het beeld helaas niet meer van mijn netvlies wissen. Ik was bij voorbaat al geïrriteerd door de manier waarop hij zichzelf voorstelde, de manier waarop hij de micro ter hand nam. En dan begon hij nog te zingen ook! Pas op, het moet gezegd, de jongen had een prachtstem, maar wat men in de volksmond zegt van ‘een schoon tafel…’ gold ook hier onverbiddelijk: met een mooie stem alleen breng je nog geen jazz. Wat mij betreft zou hij een perfecte Vlaamse schlagerzanger kunnen zijn, hij leek er alvast de gepaste attitude voor te hebben. Zo een beetje ‘smug’ staan wezen tussen de zangstukken door, ontelbare keren met schwung de vingers door zijn haren strijken, met een haast trotse (!) blik naar de pianist staan kijken wanneer die zijn imposante solo brengt (de pianist, die trouwens duidelijk een oude rot in het vak is en aan meerdere van dit soort ettertjes les gegeven heeft, hen herhaaldelijk wijzend op het feit dat je alleen muziek kan maken vanuit je hart, je gevoel – duidelijk tevergeefs in dit geval). Deze bovendien met een hopeloos foute slordige cool aangeklede jongeman nam zich zelf zo au serieux dat het lachwekkend werd.

Dit alles na een half nummer observatie en geduld van mijnentwege. Vooroordelen hebben we nu eenmaal, kwestie is van ze snel bevestigd of ontkracht te zien. In dit geval werden mijn prejudices alleen maar door nog meer pride van zijnentwege verzevenvoudigd. Toen ook de bassist zijn solo gebracht had en onze jongeheer weer met een communicantengezicht richting publiek zijn volgende noten uitstootte verloor ik mijn liefde voor live-muziek weer even gauw als ze gekomen was. Ik kon het me niet permitteren me nog meer te gaan ergeren aan de présence, de attitude, de totale ridiculiteit van de zanger en concentreerde me dus koppig op de handen van de pianist.

Terwijl zijn virtuoze vingers me deden wegglijden in het niets, werd ik me plots bewust van de subtiele wolk aan geuren die de zaal vulde. Ik ben altijd al gevoelig geweest aan de neus, en hier vielen heel wat interessante luchtjes te analyseren. Jammer dat ik niet de woordenschat heb van een romancier, die ongetwijfeld woorden zoals muskus, oranjebloesem en jonge vliegenzwam zou bovengehaald hebben om de smakelijke geuren in mijn omgeving te beschrijven. (Ik vraag me trouwens altijd af of die romanciers echt allemaal weten hoe muskus precies ruikt, en oranjebloesem, en al die andere onnoembare geuren. Ik denk vaak dat het gewoon mooi staat in de zin, en dat niemand er eigenlijk van wakker ligt hoe dat dan precies allemaal ruikt.) In elk geval zocht ik in mezelf naar een woord om het best te omschrijven wat ik rook. Het was een soort kruising tussen oudemensengeur en lichte zweetgeur, ongewassen harengeur, maar toch ook wel een vleugje goedkoop parfumgeur…

Mijn conclusie bij de inzet van het volgende nummer van Mr I think I’m a jazz singer was dat het de geur was van mensenvlees. Warm, welriekend en zelfs lichtjes opwindend mensenvlees. Ik voelde me plots zeer warmpjes omringd door de energie en de CO-uitstoten van de mensen om me heen. Het deed me goed, als een lauwe bries op de eerste zomerdag, en ik liet me gedwee heen en weer wiegen in de zoete lucht. Het leven scheen me vredig toe, de avond leek vervuld van schoonheid… Zo moeten de hippies zich gevoeld hebben, met al die liefde om zich heen, en bloemen en dans en muziek. En marihuana natuurlijk. Maar zie, ik had hetzelfde punt bereikt zonder enige vorm van drugs of andere bedwelmende middelen, onrechtstreeks edoch zeker had de muziek mij in vervoering gebracht. Of beter gezegd, ze had mij verstoten en naar andere plaatsen gevoerd waar het beter was. En het was goed tussen het luisterende vlees, het zinderende leven, de zwetende handpalmen die nu spontaan allemaal in elkaar sloegen. “Applaus voor dit jong talent!” Ik kon mezelf niet bedwingen, ik sprong recht en schreeuwde oehoeeeee en klapte als een uitzinnige voor de prachtige voorstelling!

The end.

2005

Dit bericht werd geplaatst in cursiefjes, schrijfsels en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s